Zakelijke voordelen

Belangstingvoordeel voor bedrijven

Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 moet u als onderneming een zo goed mogelijk arbeids-omstandigheden- en ziekteverzuimbeleid voeren.

U kunt een ARBO-plan opstellen, waarvan de stoelmassage in redelijkheid deel uitmaakt, met het oog op het verkleinen van de kans op beroepsziekten als stress, burn-out of RSI. Als bepaalde werknemers vanwege hun werk stoelmassage nodig hebben en u schakelt daartoe een erkend bedrijf in, is er sprake van een 'vrije ARBO-verstrekking'.

 

 

Een stoelmassage is onder de volgende voorwaarden een vrije verstrekking

  • * U heeft als werkgever een arbo-plan.
  • * De stoelmassage maakt in redelijkheid deel uit van dat arbo-plan.
  • * De stoelmassage vindt tijdens werktijd plaats.
  • * De werknemer is geen eigen bijdrage verschuldigd.
  • * Er is geen sprake van een aanmerkelijke privé-besparing voor de werknemer.

Aftrekbaarheid stoelmassage onder condities

Als niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, behoren de kosten van de stoelmassage tot het loon (eventueel verminderd met een werknemersbijdrage). Geschreven op basis van het besluit van staatssecretaris Bos, "ARBO-verstrekkingen en stoelmassage, d.d. 21 december 2001, nr. CPP2001/1450M artikel 6".

Letterlijk citaat uit dit besluit "Een ARBO-plan is overigens meer dan het de werknemer alleen maar de gelegenheid bieden van stoelmassage. Voorop staan het door de werkgever zorgen voor een goede werkplek, het geven van goede voorlichting over de noodzaak van het voorkomen van beroepsziekten en het aan de werknemer bieden van voldoende rustmogelijkheden. Uit een dergelijk plan kan logischerwijs voortvloeien dat bij bepaalde werknemers vanwege hun werk stoelmassage nodig, althans gewenst is. Ten opzichte van die werknemers heeft de werkgever vervolgens in feite een arbeidsrechtelijke verplichting tot het verstrekken van stoelmassage."

Artikel 15 Wet op de Omzetbelasting 1968 Omdat u als werkgever de stoelmasseur contracteert en betaalt, en u dus afnemer bent van de prestaties, heeft u om die reden, op grond van artikel 15 van de Wet op de Omzetbelasting 1968, recht op aftrek van voorbelasting onder de genoemde condities. De 19% BTW die geheven moet worden op de factuur van de stoelmassage (inclusief reiskosten) is geheel verrekenbaar met de voorbelasting die uw bedrijf of instelling zelf in rekening brengt (officieel besluit Ministerie van Financiën d.d. 30 januari 2002, nr. CPP2002/292M). Als u als (semi-) overheid vrijgesteld bent van BTW-heffing, is er sinds januari 2003 een BTW-compensatiefonds in het leven geroepen zodat u onze BTW toch nog terug kunt krijgen.

Vermindering loonbelasting U kunt het gehele factuurbedrag exclusief de BTW (want die heeft u al teruggekregen) als bedrijfskosten opvoeren. Zodoende wordt er minder loonbelasting betaald.

Aftrek voorbelasting; afnemer prestatie; stoelmasseur Besluit van 30 januari 2002, nr. CPP2002/292M Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein verbruiksbelastingen. De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

 

Vraag:

Een ondernemer sluit met een masseur contracten af, waarbij de masseur tegen betaling massage verricht bij werknemers, met het doel stress gerelateerde klachten op de werkplek weg te nemen of te verminderen. De spanningen kunnen aanleiding geven tot klachten zoals bijvoorbeeld rugklachten, RSI en/of een algemeen verminderd welzijnsgevoel. Teneinde deze klachten te verminderen worden hoofd, nek, schouders, armen en handen gemasseerd. De behandeling duurt ongeveer 15 minuten en vindt plaats op de werkplek, in een speciaal daarvoor ontworpen stoel. Per behandeling wordt een bedrag aan de werkgever in rekening gebracht.

 

a) - Is de ondernemer de afnemer van de onderhavige prestatie? zo ja,

b) - Kan hij de voorbelasting ter zake in aftrek brengen? zo ja,

c) - Is het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (hierna: het BUA) van toepassing?

 

Antwoord:

a) - De werkgever contracteert en betaalt de masseuse. De werkgever kan gelet op het contract met de masseuse en het genot dat hij van de prestaties heeft, worden aangemerkt als de afnemer van de prestaties.

b) - De ondernemer heeft om die reden op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van voorbelasting.

c) - De massages hebben onder meer tot doel spanningen weg te nemen en het algemene welzijnsgevoel van de werknemers te bevorderen. De werknemers kunnen met deze massage (ook buiten de werksfeer om) gebaat zijn. Dit mogelijke consumptieve element acht ik onder de gegeven omstandigheden evenwel volstrekt ondergeschikt aan het belang dat de werkgever daarvan heeft. De werkgever hoopt en verwacht immers dat door de massages ziekteverzuim wordt voorkomen of verminderd. De massagediensten zijn derhalve geen personeelsvoorzieningen zoals bedoeld in het BUA, zodat de aftrek van voorbelasting niet wordt uitgesloten.

© 2018 Elementz - Made with and by Terra-IT Webdesign